Aanpassingen Standaard Jachthonden Proef

Inleiding

In oktober 2018 is door de Commissie Jachthonden (CJ) besloten om op verzoek van de Raad van Jachthonden Commissarissen (RJC) een werkgroep te installeren. Deze had tot taak om de examenproeven voor jachthonden zoals die in de Standaard Jachthondenproef (SJP) zijn vastgelegd te bezien in relatie tot o.a. de hedendaagse jachtpraktijk en de trainingsmethoden. Daar waar wordt geconstateerd dat dit niet meer het geval is, is de werkgroep gevraagd om alternatieven aan te geven. Tevens heeft de werkgroep de opdracht meegekregen om deze alternatieven te toetsen bij een z.g. klankbordgroep. Deze groep moest een afspiegeling zijn van gerenommeerde deelnemers aan jachthondenproeven, leden van trainingsgroepen, hondenscholen en organiserende instanties.

De werkgroep kreeg een aantal kaders mee in de opdracht:

  • Houdt rekening met het document van de CJP in zake vermindering van het wildgebruik
  • Betrek in het advies of de opleidingsvernieuwingen voor honden voldoende zijn gewaarborgd in de examenproef SJP 
  • Draag er zorg voor dat het examen gericht blijft op het werken met de hond in de huidige jachtpraktijk.

Klankbordgroep

De werkgroep heeft na een aantal bijeenkomsten een voorstel gemaakt en deze gepresenteerd aan de klankbordgroep. De klankbordgroep heeft op constructieve wijze overleg gevoerd en was van mening dat de voorgestelde proeven een verbetering waren ten opzichte van de huidige proeven.

De klankbordgroep heeft voorts benadrukt op termijn ook graag een wijziging te zien waarbij de C en B onderdelen niet steeds hoeven te worden herhaald als deze eenmaal met goed resultaat zijn afgelegd.


Voorstel werkgroep

De werkgroep heeft vervolgens haar opdracht afgerond en gerapporteerd aan de Commissie Jachthonden.

  • Het C-diploma is meer dan voorheen een proef om te beoordelen of de hond voldoende basisvaardigheden heeft geleerd. Een hond met een C-diploma heeft nog onvoldoende basis om mee te gaan op jacht. Vandaar dat de werkgroep meent dat deze proeven met dummy’s kunnen worden uitgevoerd waar dat van toepassing is. Het werken met koud wild, waarop de jachthond wel degelijk examen moet doen, komt voor de jachthond in spé voldoende aan bod in de B en A proef.
  • Bovendien wordt aanzienlijk bespaard op het gebruik van wild als honden bij basisvaardigheden met een dummy werken in plaats van met wild. Er worden bovendien minder aantallen wild gebruikt maar wel meerdere soorten. Daarmee wordt meer aansluiting gecreëerd bij de MAP’s
  • Een aantal C-proeven is zodanig aangepast dat zij meer aansluiten op moderne trainingsmethoden en jachtpraktijksituaties. Er wordt meer geanticipeerd op verleidingen die honden ook tegenkomen tijdens de jacht. Dit maakt de C-onderdelen nuttiger maar ook aantrekkelijker om uit te voeren en te beoordelen
  • De A-proeven sluiten door deze aanpassingen meer aan bij jachtpraktijksituaties.
  • De proeven hebben hun structuur behouden.

N.B.

  • In deze opzet is er vanuit gegaan dat er in de ochtend geen wild meer wordt uitgereikt per deelnemer.
  • Wild wordt bij diverse proeven meerdere malen gebruikt. Dit geeft een extra taak aan de keurmeester om na ieder apport te beoordelen of het wild opnieuw gebruikt kan worden.
  • Bij het model apport is recht naast de baas zitten ook “volmaakt”

Wat verandert er nu zoal?

Proef A: Aangelijnd en los volgen in Z vorm over 3 x 10 meter met een schot als verleiding. Hond mag op schot ook gaan zitten voor volmaakte uitvoering. Na A wordt de hond aangelijnd en voorjager mag op aanwijzing van de keurmeester naar inzetplaats B lopen.   Het schot mag een jachtgeweer, dummy launcher of alarmrevolver zijn, afhankelijk van lokale omstandigheden. (weer, wind, beperkingen terrein eigenaar).

Proef B: Blijft zoals het was, met dien verstande dat de hond graag naar het schot zal trekken maar toch na 30 meter terug moet keren naar de baas zodra de keurmeester dat moment heeft bepaald. Proef A + B worden altijd in combinatie uitgevoerd.

Kijk hier het filmpje van proef A en B

Proef C: Houden van de aangewezen plaats zoals het was, zij het dat de tijd wat wordt ingekort naar een minuut omdat in de nieuwe opzet slechts één hond kan deelnemen. Tijdens het houden van de plaats wordt zichtbaar voor de hond een groene dummy geworpen (standaard 500 gram) op circa 25 meter.  De werper maakt een geluidje ter attentie. Hond wordt later opgehaald en aangelijnd. Daarmee is proef C ten einde.

Proef D: Nadat oefening C is beëindigd mag de hond los meelopen naar een positie die ongeveer vijf meter vanaf de plek is waar de hond lag, stond of zat.  Dan mag de hond de eerder geworpen dummy apporteren. De wordt beoordeeld als “apport te land” zoals het nu bestaat. Proef C + D worden altijd in combinatie uitgevoerd. De dummy is groen. Inspringen is maximaal een 6. Dat houdt in dat een slordig apport leidt tot een onvoldoende.

Kijk hier het filmpje van proef C en D

Proef E: Uitvoering zoals nu beschreven staat waarbij de inzetplek 10 meter is vanaf geweer en werper. Haaks of evenwijdig daaraan, afhankelijk van de lokale situatie.  Er wordt gebruik gemaakt van een Foam eend, die goed zichtbaar blijft voor de hond als die op het water drijft.  Deze opzet sluit beter aan bij de praktijk.

Kijk hier het filmpje van proef E

Proef F: Handhaven in de huidige vorm. In plaats van een eend wordt gebruik gemaakt van een wild is konijn. Afstand variabel van 30-50 meter afhankelijk van lokale omstandigheden. Konijn wordt meermalen gebruikt.

Proef G: Handhaven in de huidige opzet. Het gebruikte wild is een zwarte kraai of roek. Er wordt van de wind af geworpen.  Doet meer recht aan praktijk en lost het probleem op dat kraai lichter is en moeilijker tegenwinds kan worden geworpen.

Proef H: Handhaven. Eend wordt meerdere malen gebruikt.

Proef I: In een V vorm liggen er twee duiven in het veld (blind). Een duif op 100 meter en een duif op 130 meter. De duiven liggen 50 meter uit elkaar qua breedte. Beide duiven mogen in lijn worden geapporteerd. Voorjager geeft aan welke duif hij eerst kiest. Deze moet dan ook eerst binnen komen. Verloren zoekend de duif vinden is een onvoldoende

Kijk hier het filmpje van proef I

Proef J: Handhaven met dien verstande dat de hond niet over water hoeft te worden gestuurd. Voorjager stuurt de hond naar de valplaats van “kleine gans”. Sleep eindigt in of bij water. Deze opzet doet meer recht aan de praktijk.

Kijk hier het filmpje van proef J


Tenslotte

Het Algemeen Reglement Jachthondenproeven is volledig aangepast en staat op deze site. Alle wijzigingen zijn ter verduidelijking geel gearceerd. In het bulletin wat op dezelfde pagina staat, zijn ook de aanpassingen voor de SJP nog even apart te lezen. Het vernieuwde reglement is alleen online beschikbaar.

Evaluatie van deze aanpassingen zal na afsluiting van het seizoen 2019 plaatsvinden.